AVI en DMT: technisch lezen per groep
AVI en de DMT meten hoe vlot en foutloos je kind leest. Bij AVI leest je kind een tekst hardop, bij de DMT losse woorden. Er zijn twaalf AVI-niveaus, van AVI-Start tot AVI-Plus. AVI-M5 is het niveau dat kinderen gemiddeld halverwege groep 5 halen.
Welk AVI-niveau hoort bij welke groep?
De M staat voor midden van het schooljaar, de E voor eind. Het cijfer is de groep. Kies een groep om het gemiddelde niveau te zien.
| Niveau | Wat je kind leest |
|---|---|
| Start | Beginnende lezers. Korte woorden die je schrijft zoals je ze hoort, zoals vis en maan, in zinnen van een paar woorden. |
| M3 – E3 | Korte zinnen. Bij E3 zinnen tot ongeveer zeven woorden, met verkleinwoorden en woorden van twee lettergrepen, zoals rugtas. |
| M4 – E4 | Zinnen lopen door op de volgende regel en tellen zo'n acht woorden. |
| M5 – E6 | Langere zinnen en meer woorden van meerdere lettergrepen. |
| M7 – E7 | Langere teksten met samengestelde zinnen. |
| Plus | Het hoogste niveau: je kind leest snel en foutloos een lastige tekst. |
Dit zijn gemiddelden. Een niveau eerder of later is gewoon. Kinderen met dyslexie halen de niveaus vaak later, omdat technisch lezen meer moeite kost.
Hoe gaat een AVI-toets?
Je kind leest een korte tekst hardop voor aan de leerkracht. De leerkracht let op hoe lang het lezen duurt en hoeveel fouten je kind maakt. De toets begint bij een tekst die past bij het verwachte niveau en gaat omhoog tot de tekst te moeilijk wordt.
Beheersingsniveau
Je kind leest de tekst vlot en met weinig fouten. Dit niveau komt op het rapport.
Instructieniveau
Je kind kan de tekst lezen, maar nog langzaam of met een paar fouten. Op dit niveau leert je kind het meest, met hulp.
Frustratieniveau
De tekst is nog te moeilijk: te veel fouten of te traag. Hier stopt de toets.
De DMT: drie kaarten, één minuut per kaart
Bij de Drie-Minuten-Toets leest je kind losse woorden van een kaart, zonder verhaal eromheen. Per kaart heeft het één minuut. De score is het aantal woorden dat goed is gelezen.
Kaart 1
Korte woorden zonder medeklinkers naast elkaar: vis, maan, boek, kam, pen, huis, zeep, bal
Kaart 2
Korte woorden met medeklinkers naast elkaar: straat, plank, sprong, krant, bloem, sterk, vrucht, grond
Kaart 3
Woorden van twee of meer lettergrepen: tafel, olifant, fietsen, boterham, schommel, verjaardag, kabouter, regenjas
Meer toetsgidsen
Bronnen
- Cito (opent in een nieuw tabblad)
- Leesadvies: uitleg over leesniveaus (opent in een nieuw tabblad)
- Rijksoverheid: toetsen op de basisschool (opent in een nieuw tabblad)
Bijgewerkt op 12 oktober 2026. Klopt er iets niet meer? Laat het ons weten.
