Spelling oefenen groep 6

In groep 6 komen de lastigere klanken (-ng, -nk, -cht) en begint de werkwoordspelling: hij loopt, met stam + t. De regels die je kind nu leert, gebruikt het nog jaren.

Illustratie: letters en woorden spellen

Wat oefent je kind in groep 6

  • Woorden met -ng en -nk
  • Woorden met -cht en -gt
  • Meervoud op -en en -s
  • Start werkwoordspelling: stam + t
  • Woorden met be-, ge- en ver-
  • Leestekens: komma en vraagteken

Zo zien de opgaven eruit

Drie voorbeelden op het niveau van groep 6. In BrainBite krijgt je kind bij elke opgave meteen uitleg.

Hij loop of hij loopt?

Hij loopt. Tegenwoordige tijd bij hij/zij: stam + t. Ik loop, hij loopt.

Zocht of zogt?

Zocht. Korte klank + cht schrijf je bijna altijd met ch. Uitzonderingen: ligt, legt, zegt.

Bureaus of bureau's?

Bureaus. Bij een meervoud op -s geldt: eindigt een woord op één klinkerletter a, i, o, u of y, dan schrijf je 's: foto's, menu's, ski's, baby's. Zonder apostrof zou je de klinker kort kunnen lezen (fotos als fottos). Eindigt het woord op een -e, een -é of op meer klinkerletters, zoals -eau of -oe, dan komt er alleen -s achter: garages, cafés, kangoeroes, cadeaus. Bureau eindigt op -eau, dus: bureaus.

Spelling oefenen in een andere groep

Of terug naar spelling oefenen

Klaar om te happen?

Begin vandaag met spelling oefenen voor groep 6. 15 minuten per dag, 3 tot 5 keer per week, op het niveau van jouw kind.

Bekijk abonnementen

Stoppen kan altijd, binnen 7 dagen betaal je niets.

7 dagen gratis proberen · 14 dagen geld-terug-garantie